LRV / PAARDEN / Proef 37 / M2
Bewegingen
1 A-X-C

Binnenkomen in arbeidsdraf

Kwaliteit van de draf. Correcte aanleuning. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid. Buiging in de wending.
C

Rechterhand

2 M-X-D

Wenden

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn.
3 D-F

Halve volte halve baan links

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn. Gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Impuls, balans en vloeiende uitvoering.
F-M

Travers

4 H-X-D

Wenden

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn.
5 D-K

Halve volte halve baan rechts

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn. Gelijkmatige lengtebuiging en Tips juiste hoek. Impuls, balans en vloeiende uitvoering.
K-H

Travers

6 M-X-K

Van hand veranderen in uitgestrekte draf (doorzitten of lichtrijden

Regelmaat, elasticiteit, balans, de energie en het overstappen van het achterbeen, de verlenging van het frame. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen.
K

Arbeidsdraf

7 A

Halthouden, 4 passen achterwaarts, voorwaarts in uitgestrekte stap

Kwaliteit van het halthouden en de overgangen. Enkele seconden onbeweeglijk stilstaan. Nageeflijkheid en correcte oprichting, vloeiende uitvoering, rechtheid. Diagonale passen en het juiste aantal
8 F-E-H

Van hand veranderen in uitgestrekte sta

Regelmaat, soepelheid van de rug, ontspanning, het overstappen van het achterbeen, activiteit schoudervrijheid, het verlengen van het frame.
9 H

Arbeidsgalop rechts

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
10 C

Slangenvolte met 3 bogen, 2e boog contragalop

Kwaliteit van de (contra-)galop, correcte aanleuning, impuls en balans. Vloeiende verandering van richting, gelijkmatige verdeling over de rijbaan.
11 K-H

Middengalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, enige verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.
H

Arbeidsgalop

12 C

Arbeidsdraf

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
13 M-X-K

Van hand veranderen, daarbij het paard de hals laten strekken (doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, balans en het behoud van het tempo en de activiteit en met correcte verbinding de hals verlengen tot boeg/knie hoogte. Het op correcte wijze in de hand stellen. Nauwkeurige uitvoering van de gevraagde lijn.
K-A-F

Teugels op maat maken

14 B

Afwenden, daarna arbeidsstap

Kwaliteit van de gangen en de overgang, correcte aanleunin, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn.
15

Keerwending om de achterhand links

Regelmaat, activiteit, correcte grootte, stelling en buiging in de keertwending en voorwaartse drang. Oprichting en correcte aanleuning.
16 X-B-M

Arbeidsstap

Regelmaat, soepelheid van de rug, ruimte van de passen, activiteit en correcte aanleuning.
17 M

Arbeidsgalop links aanspringen

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
18 C

Slangenvolte met 3 bogen, 2e boog in contragalop

Kwaliteit van de (contra-)galop, correcte aanleuning, 18 impuls en balans. Vloeiende verandering van richting, gelijkmatige verdeling over de rijbaan.
19 F-M

Middelgalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, enige verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.
M

Arbeidsgalop

20 C

Arbeidsdraf

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
21 H-X-F

Van hand veranderen in uitgestrekte draf ( doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, elasticiteit, balans, de energie en het overstappen van het achterbeen, de verlenging van het frame. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen.
F

Arbeidsdraf

22 A

Afwenden

Kwaliteit van de gang, de overgang en het halthouden. Correcte aanleuning. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid. Buiging in de wending.
X

Halthouden en groeten

Algemeen
23

Gangen

Takt; Regelmaat en Ruimte
24 *

De impuls

De activiteit door de ruiter opgewekt en beheerst.
25

Het rechtgerichte, ontspannen en in aanleuning gaande paard

Rechtgerichtheid; los door het lijf bewegend; de souplesse en ontspanning, de aanleuning met de nek als hoogste punt; ontvankelijk voor de hulpen.
26 *

Harmonie

Het gevoel van de ruiter en de wijze waarop op het paard wordt ingewerkt; het op een sympathieke en 26 paardvriendelijke manier van rijden; correct gebruik van hulpmiddelen; paard heeft vertrouwen en is van goede wil; ontvankelijk voor de hulpen.
27

De houding en zit van de ruiter/amazone en het effect van de hulpen

In balans; correct; onafhankelijk; in het middelpunt van het zadel; correcte positie van bovenlichaam; arm; elleboog; hand; been en hak; soepel en 27 ongedwongen. De invloed van de hulpen volgens het scala van africhting; de invloed van de hulpen op de correcte uitvoering van de oefeningen; het gedoseerd geven van de hulpen; de gehoorzaamheid van het paard op de hulpen.