Paardensport Vlaanderen / Niveau 1 - proef 1 (N1.1) / 2019
Bewegingen
1 A-X

Binnenkomen in arbeidsdraf

Tussen X & G

Halthouden en groeten, daarna voorwaarts in arbeidsdraf

2 C

Linkerhand

3 E-X-B

Door een ‘S’ van hand veranderen

4 A D-H

Afwenden

5 M-X-K

Diagonaal van hand veranderen in middendraf

K

- lichtrijden Arbeidsdraf (doorzitten)

6 A

Afwenden

D-M

Wijken voor het linkerbeen, daarna hoefslag volgen

7 E

Afwenden

X

Halthouden, 3-5 passen achterwaarts en terug halthouden. Daarna voorwaarts in arbeidsdraf

8 B

Rechterhand

9 Tussen A & K

Middenstap

K-B

Diagonaal van hand veranderen

10 Tussen B & M

Arbeidsdraf

11 C

Arbeidsgalop links aanspringen

12 C-X-C

Cirkel (20m) en daarbij in de 2de helft van de cirkel 2 à 3 passen over de manenkam strijken (überstreichen)

13 H-E-K

Enkele sprongen middengalop

14 A

Arbeidsdraf (doorzitten)

15 A-C

Slangenvolte met 4 gelijke bogen

16 C

Arbeidsgalop rechts aanspringen Cirkel (20m)

C-X-C C

Hoefslag volgen

17 B

Arbeidsdraf (doorzitten)

18 A

Afwenden

X

Halthouden en groeten

Algemeen
1

Houding en zit van de ruiter

(hoofd, schouders, bovenlichaam, heupen, rug, armen, handen, benen, voeten en hielen) Goede controle over het bovenlichaam, elastisch versus stijf, losjes versus onstabiele zit.
2

Effectiviteit van de hulpen

De mogelijkheid van de ruiter om het paard positief te beïnvloeden en het paard correct voor te stellen volgens het scala van de africhting. Focus hoofdzakelijk op de ontspanning, de aanleuning, rechtgerichtheid en evenwicht.
3

Precisie

De mate waarin de oefeningen worden voorbereid, de nauwkeurigheid van de uitvoering van de figuren, de uitvoering op de precieze plaats en het behoud van het correcte tempo.
4

Algemene indruk

Harmonie tussen ruiter en paard Correctheid van de gangen. Het gunstig presenteren van het paard.