LRV / PAARDEN / Proef 41 / Z1
Bewegingen
1 A-X

Binnenkomen in verzamelde draf

Kwaliteit van de gangen, het halthouden en de overgangen. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid. Enkele seconden onbeweeglijk stilstaan. Correcte oprichting en aanleuning. Buiging in de wending.
X

Halthouden en groeten, voorwaarts in verzamelde draf

C

Linkerhand

2 H-X-F

Van hand veranderen in uitgestrekte draf (doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, elasticiteit, balans, de energie en het overstappen van het achterbeen, de verlenging van het frame. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen.
F

Verzamelde draf

3 A

Afwenden

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, verzameling en balans. Buiging in de wending. Buiging, grootte en vorm van de volte.
X

Volte 10 meter links

4 X-H

Appuyeren

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging, verzameling, balans, vloeiende uitvoering, het kruisen van de benen.
5 M-B

Travers

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Verzameling, balans en vloeiende uitvoering.
6 B-E

Door een S van hand veranderen

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, impuls, balans en buiging. Grootte en vorm van de wending, vloeiende verandering van richting.
7 E-K

Schouderbinnenwaarts

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Verzameling, balans en vloeiende uitvoering.
8 A

Afwenden

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, verzameling en balans. Buiging in de wending. Buiging, grootte en vorm van de volte.
X

Volte 10 meter rechts

9 X-M

Appyeren

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging, verzameling, balans, vloeiende uitvoering, het kruisen van de benen.
10 C

Verzamelde stap

Kwaliteit van de gangen en de overgang. Regelmaat, activiteit, correcte grootte, stelling en buiging van de eertwending en voorwaartse drang. Oprichting en correcte aanleuning.
H-I-B

Van hand veranderen

I-B

Keertwending om de achterhand links

Regelmaat, activiteit, correcte grootte, stelling en buiging van de keertwending en voorwaartse drang. Oprichting en correcte aanleuning.
11 I-H

Keertwending om de achterhand naar rechts

Regelmaat, activiteit, correcte grootte, stelling en buiging van de keertwending en voorwaartse drang. Oprichting en correcte aanleuning
12 H-I-B-I-H-

De verzamelde stap

Regelmaat, soepelheid van de rug en de correcte aanleuning en oprichting, verkorte en meer verheven passen en activiteit.
13 I-B-P-K

Van hand veranderen in uitgestrekte stap

Regelmaat, soepelheid van de rug, ontspanning, het overstappen van het achterbeen, activiteit, schoudervrijheid, het verlengen van het frame. Het behoud van ritme, de loeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen
K-A

Verzamelde stap

14 A

Halthouden, 5 passe, achterwaarts, voorwaarts in verzamelde draf

Kwaliteit van het halthouden en de overgangen. Enkele seconden onbeweeglijk stilstaan. Nageeflijkheid en correcte oprichting, vloeiende uitvoering, rechtheid. Diagonale passen en het juiste aantal.
15 F-X-H

Van hand veranderen, daarbij het paard de hals laten strekken (doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, balans en het behoud van het tempo en de activiteit, en met correcte verbinding de hals verlengen tot boeg/knie hoogte. Het op correcte wijze in de hand stellen. Nauwkeurige uitvoering van de gevraagde lijn.
H

Voor H teugels op maat maken

16 C

Verzamelde galop

kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
17 M-V

Van hand veranderen in middengalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, enige verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn
V

Verzamelde galop

18 V-K-A

Contragalop

Kwaliteit van de contragalop, correcte aanleuning, Impuls, balans.
19 A

eenvoudige galopwissel

Kwaliteit van de gangen, correcte aanleuning, vloeiende uitvoering van en balans In de overgangen. Rechtgerichtheid, 3-5 duidelijke stappassen.
20 F-S

Van hand veranderen in uitgestrekte galop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, maximale verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.
S

Verzamelde galop

21 S-H-C

Contragalop

Kwaliteit van de contragalop, correcte aanleuning, Impuls, balans.
22 C

Eenvoudige galopwissel

Kwaliteit van de gangen, correcte aanleuning, vloeiende uitvoering van en balans In de overgangen. Rechtgerichtheid, 3-5 duidelijke stappassen.
23 M-I-E

Van hand veranderen

Kwaliteit van de gangen, correcte aanleuning, vloeiende uitvoering van en balans In de overgangen. Rechtgerichtheid, 3-5 duidelijke stappassen.
I

Eenvoudige galopswissel

24 E-L-F

Van hand veranderen

Kwaliteit van de gangen, correcte aanleuning, vloeiende uitvoering van en balans In de overgangen. Rechtgerichtheid, 3-5 duidelijke stappassen.
L

Eenvoudige galopswissel

25 A

Afwenden

Kwaliteit van de gang, de overgang en het halthouden. Correcte aanleuning. Buiging In de wending. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid.
X

Halthouden en groeten

Algemeen
26

Gangen

Takt, regelmaat en ruimte
27 *

De impuls en verzameling

De activiteit door de ruller opgewekt en beheerst vanuit de achterhand, ondertreden van het achterbeen, gesloten, bergopwaarts opgericht
28

Het rechtgerichte, ontspannen en in aanleuning gaande paard

Rechtgerichtheid: los door het lijf bewegend, de souplesse en ontspanning de aanleuning met de nek als hoogste punt
29 *

Harmonie

Het op een sympathieke en paardvriendelijke manier van rijden, correct gebruik van hulpmiddelen: paard heen vertrouwen en Is van goede wil. ontvankelijk voor de hulpen
30

De houding en zit van de ruiter/amazone en het effect van de hulpen

De Invloed van de hulpen volgens het scala van opleiding: de Invloed van de hulpen op de correcte uitvoering van de oefeningen, het gedoseerd geven van de hulpen, de gehoorzaamheid van het paard op de hulpen, In balans, correct, onafhankelijk. In het middelpunt van het zadel, correcte positie van bovenlichaam, arm: elleboog, hand, been en hak, soepel en ongedwongen