LRV / PAARDEN / Proef 32 / M1
Bewegingen
1 A-X-C

Binnenkomen in arbeidsdraf. C Rechterhand

Kwaliteit van de draf. Correcte aanleuning. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid. Buiging in de wending
2 M-F

Middendraf ( doorzitten of lichtrijden) F arbeidsdraf

Regelmaat, balans, het ondertreden van het achterbeen, enige verlening van de passen en het F Arbeidsdraf frame. Rechtgerichtheid. Vloeiende uitvoering van en balans in beide overgangen.
3 K

K schouderbinnenwaarts

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Impuls, balans en vloeiende uitvoering.
E-H

Tussen E en H rechtuit

4 M-X-K

Hand veranderen in middendraf (doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, balans, het ondertreden van het achterbeen, enige verlening van de passen en het frame. Rechtgerichtheid. Vloeiende uitvoering van en balans in beide overgangen.
K

K Arbeidsdraf

5 F

F Schouderbinnenwaarts

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Impuls, balans en vloeiende uitvoering.
B-M

Tussen B en M Rechtuit

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, gelijkmatige lengtebuiging en juiste hoek. Impuls, balans en vloeiende uitvoering.
6 M-G-B

Linksomkeert

Regelmaat en kwaliteit van de draf, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn.
7 A

Halthouden

Kwaliteit van het halthouden en de overgang. Enkele seconden onbeweeglijk stilstaan. Nageeflijkheid, vloeiende uitvoering, rechtheid.
8 A

3 tot 5 passen achterwaarts Voorwaarts in middenstap

Nageeflijkheid en correcte oprichting, vloeiende uitvoering, rechtheid. Diagonale passen en het juiste aantal.
9 K-B-M

Van Hand veranderen in middenstap Voor M Arbeidsstap

Regelmaat, soepelheid van de rug, activiteit, meer ruimte van de passen en enige verlenging van het frame, schoudervrijheid. Vloeiende uitvoering van de overgangen.
10 M

Overgang arbeidsdraf

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
11 C

Arneidsgalop links aanspringen

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
12 H-K

Middengalop

K

Arbeidsgalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, enige verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.
13 A-X

Halve grote volte links

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging, grootte en vorm van de halve volte.
14 X-C

Halve grote volte Kwaliteit van de contragalop

Kwaliteit van de contragalop, correcte aanleuning, impuls, balans. Buiging, grootte en vorm van de halve volte.
15 C

Overgang arbeidsdraf

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
16 B-E

Halve grote volte, daarbij het paard de hals laten strekken( doorzitten of lichtrijden)

Regelmaat, balans, het behoud van het tempo en de activiteit en met correcte verbinding de hals verlengen tot boeg/knie hoogte. Het op correcte wijze in de hand stellen. Nauwkeurige uitvoering van de gevraagde lijn.
H

Voor H teugels op maat maken

Regelmaat, balans, het behoud van het tempo en de activiteit en met correcte verbinding de hals verlengen tot boeg/knie hoogte. Het op correcte wijze in de hand stellen. Nauwkeurige uitvoering van de gevraagde lijn.
17 C

Arbeidsgalop rechts aanspringen

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls, balans, correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
18 M-F

Middengalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, 18 enige verlenging van de sprongen en het frame. F Arbeidsgalop Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.

F Arbeidsgalop

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans, enige verlenging van de sprongen en het frame. Rechtgerichtheid. Het behoud van ritme, de vloeiende en nauwkeurige uitvoering van de overgangen. De correcte uitvoering van de gevraagde lijn.
19 A-X

Halve grote volte rechts

Kwaliteit van de galop, correcte aanleuning, balans en impuls. Buiging, grootte en vorm van de halve volte.
20 X-C

Halve grote volte links in contragalop

Kwaliteit van de contragalop, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging, grootte en vorm van de halve volte.
21 C

Overgang arbeidsdraf

Kwaliteit van de overgang, regelmaat, impuls en balans correcte aanleuning, nauwkeurigheid.
22 E-X

Halve volte halve baan

Kwaliteit van de gang en de overgang en het halthouden, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid.
G

Halthouden en groeten

Kwaliteit van de gang en de overgang en het halthouden, correcte aanleuning, impuls en balans. Buiging in de wending. Correcte uitvoering van de rechte lijn. Nauwkeurigheid van de AC-lijn en de rechtgerichtheid.
Algemeen
23

Gangen

Takt: Regelmaat en Ruimte
24 *

De Impuls

De activiteit door de ruiter opgewekt en beheerst
25

Het rechtgerichte, ontspannen en in aanleuning gaande paard

Rechtgerichtheid; los door het lijf bewegend; de 25 souplesse en ontspanning, de aanleuning met de nek als hoogste punt.
26 *

Harmonie

Het gevoel van de ruiter en de wijze waarop op het paard wordt ingewerkt; het op een sympathieke en paardvriendelijke manier van rijden; correct gebruik van hulpmiddelen; paard heeft vertrouwen en is van goede wil; ontvankelijk voor de hulpen.
27

De houding en zit van de ruiter/amazone en het effect van de hulpen

In balans; correct; onafhankelijk; in het middelpunt van het zadel; correcte positie van bovenlichaam; van de arm; elleboog; hand; been en hak; soepel en het ongedowngen. De invloed van de hulpen volgens het scala van africhting. De invloed van de hulpen op de correcte uitvoering van de oefeningen; het gedoseerd geven van de hulpen: de gehoorzaamheid van het paard op de hulpen.