Paardensport Vlaanderen / Initiatieproef 3 – (I.3) – 20m*40m / 2024
Bewegingen
1 A-X X

Binnenkomen in arbeidsdraf (doorzitten) Halthouden en groeten

2 C

Rechterhand (doorzitten)

3 B-E-B

Cirkel (doorzitten)

4 B

Hoefslag volgen (doorzitten)

5 K-X-M

Van hand veranderen en daarbij lichtrijden

6 C-X-C

Arbeidsgalop en cirkel 1 x rond

7 C

Hoefslag volgen

8 A

Arbeidsdraf (doorzitten)

9 B-E-B

Cirkel (doorzitten)

10 B

Hoefslag volgen (doorzitten)

11 H-B

Van hand veranderen (doorzitten)

12 A-X-A

Arbeidsgalop rechts en cirkel 1 x rond

13 A

Arbeidsdraf (doorzitten)

14 M

Middenstap

15 A X

Afwenden

Algemeen
1

Houding en zit van de ruiter

(hoofd, schouders, bovenlichaam, heupen, rug, armen, handen, benen, voeten en hielen) Goede controle over het bovenlichaam, elastisch versus stijf, losjes versus onstabiele zit.
2

Effectiviteit van de hulpen

De mogelijkheid van de ruiter om het paard positief te beïnvloeden en het paard correct voor te stellen volgens het scala van de africhting. Focus hoofdzakelijk op de ontspanning, de aanleuning, rechtgerichtheid en evenwicht.
3

Precisie

De mate waarin de oefeningen worden voorbereid, de nauwkeurigheid van de uitvoering van de figuren, de uitvoering op de precieze plaats en het behoud van het correcte tempo.
4

Algemene indruk

Harmonie tussen ruiter en paard Correctheid van de gangen. Het gunstig presenteren van het paard.